In november woonde ik een lezing bij van Juan Nuñez del Prado, een Sjamaan uit Peru. Een man met een donkere oogopslag, ruige wenkbrauwen en een intense boodschap. Hij vertelde over de Inca traditie en zijn visie op De Nieuwe Mens. Een nieuwe mens, zo vertelde hij samen met zijn zoon Iwan, is een mens wie het denken (Yachay), de liefde en de wil (Munai) en het handelen en actie (Llankay) met elkaar in verbinding brengt. Deze mens leeft niet slechts als een romanticus, intellectueel, of ondernemer, hij is het allemaal. En meer. Deze mens kent zijn macht; hij doet alleen zijn deel om het goede leven te leiden. Anderen hoeft hij niet te overtuigen. Met zijn levenshouding zal hij hen inspireren, aanraken. De nieuwe mens heeft zich al aangediend zeggen Juan en Iwan; 7% van de wereldbevolking zou deze kwaliteiten al in zich verenigen en zo bijdragen aan een nieuwe wereld.

Dit concept van verbondenheid spreekt me aan in een wereld waarin met name die geluiden hoorbaar zijn die de afgescheidenheid waaruit de huidige staat van de wereld geboren is zelf ook echoën. Met afgescheidenheid bedoel ik het gebrek aan verbinding tussen menselijke waarden en de vormgeving daarvan in een maatschappelijk context zoals sociale voorzieningen,  een juridisch systeem en economisch beleid. Zou deze nieuwe mens weer verbinding brengen in een gefragmenteerde samenleving met aan de ene kant ons verlangen om te vertrouwen en aan de andere kant onze drang om te controleren; aan de ene kant ons streven naar Geluk en aan de andere kant onze oeverloze ambitie?

Volgens de Sjamaan gaat het samen in de nieuwe mens. Dat zou betekenen dat alle aspecten van de menselijke psyche als bewuste en onbewuste kanten van onszelf er volledig mogen zijn. Ageren tegen constructen die we moedwillig jarenlang hebben gevolgd, is in mijn ogen een manier om onze onbewuste kanten te verwerpen. Terwijl het juist zo waardevol kan zijn inzicht te krijgen in waarom we deden zoals we deden. Wat leverde het ons destijds op en waar verlangen we dan nu precies naar als we ontevreden zijn over de staat waarin de wereld verkeert?

Vingerwijzen heeft in de jaren geresulteerd in spraakmakende filmpjes op Youtube die de geheimen van de financiële sector prijsgeven, honderden documentaires over bewustzijn en Amerikaanse sterren die zich uitspreken over hun onvrede en soms zelfs oproepen tot (spirituele) revolutie (e.g. posts van Russel Brand en Matt Damon gaan viral op facebook). Ik ben geen voorstander van ageren, maar ik ben er wel voorstander van om jezelf te laten informeren. Punt. En dat kan best met een tegengeluid. Een van de telgen van de Gamble familie, bekend van het concern Procter & Gamble, maakte de documentaire Thrive (2011). Een aanrader. Niet om het complot, wat zeker ter sprake komt, maar om de suggesties die de film doet over hoe we kunnen leven op zo’n manier dat we tot bloei kunnen komen. En dat is waar mijn interesse naar uitgaat. Omdat de staat van de wereld een reflectie is van ons bewustzijn, kunnen we alleen Verandering bewerkstelligen door een innerlijke transformatie aan te gaan in de wetenschap en zonder de veroordeling dat we ons eerder hebben gedragen alsof de aarde in onze hebberigheid kon voorzien. We hebben geen straf nodig om dit te corrigeren, maar heling om te transformeren. Dan kunnen we de verbinding die is weggevallen, weer herstellen.

In November 2013 kwam er weer een nieuw rapport uit van de Wetenschappelijke Raad voor Regeringsbeleid (WRR) met de titel ‘Naar een Lerende Economie’. De WRR is een onafhankelijk advies orgaan wat advies geeft aan de regering over belangrijke vraagstukken voor de samenleving. Ditmaal bracht de raad een advies uit als antwoord op de vraag wat de Nederlandse economie in de komende jaren te wachten staat. Het antwoord luidt; We moeten veerkrachtig, adaptief en responsief worden om ons verdienvermogen (vrij vertaald: de manier waarop we ons geld verdienen zodat de economie kan groeien) te organiseren. In het rapport strijden nieuwe ideeën en alternatieven voor economische groei met gevestigde groeimodellen. Met respectievelijk twee-en-een-halve pagina (p.103-105) versus ruim vierhonderd pagina’s, wint de gevestigde orde ruimschoots. Hoopgevend dat in dit rapport wezenlijke aandacht wordt gegeven aan andere mogelijkheden wanneer we onze economische groei onder de loep nemen, zorgwekkend als we het vervolg traject van dergelijke rapporten bekijken.

Ik heb lange tijd gewerkt in een sector die zich beweegt op het ritme van deze trom. En de dans ziet er zo uit: Adviezen en definities vinden hun weg in onderlinge gesprekken en publieke debatten en verworden een waarheid. Werkprogramma’s zullen worden opgetuigd om het door de zittende partijen overeengekomen beleid uit te voeren. Dit mechanisme is voor de individuele bloei van groot belang. We beredeneren namelijk vaak nog zo dat de overheid randvoorwaarden dient te scheppen om vrije keuzes te kunnen maken als individu. Met als gevolg dat we onze autonomie en onze intrinsieke autoriteit uit handen geven. Dat heeft er al toe geleid dat er een systeem kon ontstaan waarbinnen we konden ervaren hoe het is om als geheel, als land, welvarend te zijn. De werkingen van dit systeem zijn gevat in het macro economische stelsel.  In essentie is dat een mooi concept, wanneer we ons als groep verbinden om te werken aan een zo goed mogelijk leven. Echter, het systeem werd een doel op zich. Met het BBP als vlaggenschip. Datzelfde BBP zegt vandaag de dag heel veel over hoe het er in ons land voorstaat, met name om ons te kunnen vergelijken met andere landen. Waar het niet veel over zegt is het welvaren van jou en mij.

Ooit verruilden we onze vrije tijd voor een inkomen. Daaraan raakten we zo gewend dat we van dat inkomen producten en diensten kochten die de kwaliteit van leven kunnen ‘nabootsen’ (e.g. kleding, reizen) en/of onze tijdsbesteding van werken in stand kunnen houden (e.g. kinderopvang, schoonmaak). Diagnose: kapitalisme. Belangrijkste symptoom: gebrek aan verbinding met het initiële waarden van ons leven. Hoe we welvarend wilden zijn, maakte ons eerder gedepriveerd. Terwijl welvaren, het tot bloei komen van het individu, in mijn ogen de succesfactor voor is een bloeiende economie. Op macro en micro niveau leven kennelijk andere opvattingen over optimalisatie. Als we weten in welk systemen we opereren als consumenten en burgers, kunnen we geïnformeerde keuzes maken over hoe wij daarin, of daarbuiten, willen opereren.  Ieder op zijn niveau. Onze werkelijke invloedsfeer is immers zo groot als onze moed om los te breken van alledaagse patronen.

Vandaag de dag wordt het gedachtengoed van ’s werelds meest veelzijdig geïnterpreteerde econoom, John Maynard Keynes, postuum en dankzij vele crises, wellicht in ere hersteld. Keynes dacht namelijk dat wanneer de productiviteit omhoog zou gaan met technologische vooruitgang, wij mensen meer van onze vrije tijd konden genieten. We hadden immers genoeg, zo beredeneerde hij. Ik werd aan dit gedachtengoed herinnerd, door een kort interview van Nieuwsuur met Robert Skidelsky, econoom en biograaf van Keynes.
Skidelsky is, samen met zijn zoon en filosoof Edward Skidelsky, de schrijver van het boek ‘Hoeveel is genoeg’ (2013). Hierin deelt hij zijn visie op de economie van Het Goede Leven. De Skidelsky’s stellen het kapitalisme in een nieuw daglicht; niet als doel maar als middel om ergens te komen en noemen het een fase die voorbij is. Een nieuwe fase breekt aan waarin gezondheid, veiligheid, vriendschap, verbinding met de natuur en voldoende vrije tijd bepalend zijn voor wat een goed leven is. Overheden zouden zich hierop moeten richten volgens hen. Keynes’ tijdgenoot Trotski vond een overheid zelfs overbodig omdat er overvloed zou zijn in de wereld die de Skidelsky’s schetsen en men zou zich kunnen wijden aan belangrijkere zaken zoals kunst.

Dat moest het Amsterdamse fotografiemuseum Foam ook hebben gedacht toen zij in november 2013 het initiatief BARTER organiseerde. BARTER is een veiling van prachtige kunst fotografie gekozen door hun makers, jonge fotografen, en niet voor geld aangeboden, maar in ruil voor een dienst, voor een kwaliteit van de bieder. De fotografen deden via een korte film een oproep voor wat zij nodig hadden; een website; coaching; design spullen; of gewoon wat beschikbaar en interessant was. Niet alleen stelt dit initiatief de fotografen in staat om hun passie te leven en aan te bieden, het stelt anderen in staat hetzelfde te doen. Op hun authentieke manier. Het is voor mij pure rijkdom om een talent te leven en van een talent te leven. Niet alleen heeft Foam hiermee een hack gepleegd op een bestaande economische structuur, het leidt, misschien wel onbedoeld, een nieuwe orde in die verder reikt dan co-creatie en de deeleconomie.
De uitruil van Foam is een erkenning van de waarde van onze talenten daar waar de maatschappij die waardering nog niet kan bieden. En daar ligt de kans, want wanneer een individu van zijn passie zijn werk maakt, kan genieten van zijn familie, vriendschappen en bijvoorbeeld de natuur, dan beweegt hij zich op zijn meest authentieke wijze in de maatschappij. En die maatschappij creëert hij gaandeweg met zijn bijdrage door simpelweg zijn bijdrage te leveren.

Mijn moeder’s bijdrage is koken. Ze schept heel veel plezier in de techniek en het delen van haar Indonesische gerechten. Ik ben uiteraard erg trots op haar. Dat weet ze. Wat ze niet weet is dat het belang van haar talent zo groot is. Koken is een uiterst creatieve aangelegenheid, en niet minder belangrijk is het feit dat het verbindend en letterlijk voedend werkt. Als zij kookt, leeft ze het goede leven al. En haar familie en vrienden dan ook omdat wij mogen delen in haar passie. Zij voelt zich met iedere vezel van haar lichaam verbonden met haar talent van koken. Ze doet het daadwerkelijk. En ze boekt daarmee resultaten. De sporadische financiële vergoeding voor haar talent, staat in schril contrast met de andere manieren waarop zij winstgevend is; vrienden zijn haar dankbaar, ze ervaart verbinding wanneer zij met andere multi-culti kooktalenten recepten uitwisselt en het allerbelangrijkste is dat ze gelukkig is. Ik kan haar case alleen in Bhutan rapporteren in termen welvaart. Ik kan haar ook niet onder De Nieuwe Economie scharen want ze doet het al jaren en ook die economie stoelt op bestaande structuren. Dus, noem ik dit maar de economie van de nieuwe mens verbonden in Yachay, Munai en Llankay.

// Dit essay schreef ik in 2013 voor The Feelosophy Company //

FOTO | Patti Black | Unsplash